KenniscentrumEchocentrumEcho-onderzoeken › Ligging van de placenta › Placentaligging

Placentaligging

placentaliggingDe placenta (moederkoek) kan zich op iedere willekeurige plek in de baarmoeder nestelen. Het maakt voor het verloop van de zwangerschap niet uit waar de placenta zich bevindt, als het maar niet te ver naar onderen is, over de baarmoedermond (de uitgang van de baarmoeder) heen. Dit wordt voorliggende placenta of placenta previa genoemd. Een voorliggende placenta kan een probleem geven bij de bevalling. Er kan bijvoorbeeld veel bloedverlies ontstaan. Als de placenta in zijn geheel over de baarmoedermond ligt, kan de baby niet op de natuurlijke manier geboren worden en krijgt u een keizersnede.
Als de placenta heel laag in de baarmoeder ligt, vlakbij of over de baarmoedermond, kan er ook tijdens de zwangerschap al bloedverlies optreden. Daarom zal er bij bloedverlies tijdens de zwangerschap altijd gecontroleerd worden, hoe de placenta ligt.
Bij de 20-weken echoscreening wordt altijd gekeken waar de placenta ligt. Soms wordt dan al gezien dat de placenta dichtbij of een stukje over de baarmoedermond ligt, maar de definitieve placentaligging kan pas rond 32 weken zwangerschap worden bepaald. Om bij een laagliggende placenta exact de ligging te beoordelen wordt meestal een vaginale echo gemaakt.

De echoscopist of uw verloskundige of gynaecoloog verwijst u naar het Verloskundig Echocentrum Slingeland voor deze echo. Meestal rond 30 tot 32 weken zwangerschap, samen met de groeiecho.




Deel deze pagina: