KenniscentrumBevallen › Inleiden van de bevalling › Inleiden van de bevalling

Inleiden van de bevalling

Als de bevalling kunstmatig op gang gebracht wordt, noemt men dit het inleiden van de bevalling. Het inleiden van de bevalling gebeurt als wordt ingeschat dat het voor de gezondheid van het kind en/of de moeder beter is om de zwangerschap te beëindigen. Het wordt alleen gedaan als de gynaecoloog inschat, dat het kind een normale bevalling goed kan doorstaan.
Veel voorkomende redenen om de bevalling in te leiden zijn:

Hoe verloopt een inleiding van de bevalling

Voor het inleiden van de bevalling wordt altijd een afspraak gemaakt. Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich bij de verloskamers (afdeling B2). Op de verloskamers wordt door de verloskundige een CTG (cardiotocogram, hartritmeregistratie van de baby) gemaakt. Dan volgt een inwendig onderzoek om de baarmoedermond te beoordelen. De manier van inleiden wordt afhankelijk hiervan, in overleg met de gynaecoloog, gekozen.

Rijpen van de baarmoedermond

Een inleiding is pas mogelijk als de baarmoedermond al een beetje open en verweekt is. Verloskundigen en gynaecologen gebruiken hiervoor de term 'rijpheid'. Op de tekeningen ziet u voorbeelden van een rijpe en een onrijpe baarmoedermond. Een onrijpe baarmoedermond is nog lang en voelt stevig aan. Dit noemt men een staande portio (portio is het medische woord voor baarmoedermond). Meestal is er nog geen ontsluiting. Een rijpe baarmoedermond is over het algemeen korter. Men spreekt dan over een verstreken portio. Deze voelt ook weker aan, en vaak is er al wat ontsluiting. In dat geval is het mogelijk een inleiding af te spreken.


Als de baarmoedermond onrijp is

Wanneer de baarmoedermond onrijp is en er toch een dwingende reden is om de bevalling op gang te brengen, kan de gynaecoloog adviseren de baarmoedermond 'rijp' te maken. In medische termen spreekt men dan van 'primen' (dat is Engels voor voorbereiden).
Ondersteunend beeld bij deze folder. Ondersteunend beeld bij deze folder.
Rijpe baarmoedermond Onrijpe baarmoedermond

 
Methoden om de baarmoedermond rijp te maken

De meest toegepaste methode is plaatsen van een ballonkatheter. Somd wordt gebruik gemaakt van prostagladinen. Prostaglandinen zijn hormonen die de rijpheid van de baarmoedermond bevorderen; ze spelen ook een rol bij het op gang komen van de bevalling. Deze hormonen worden ingebracht in de vagina (schede) of de baarmoedermond. Prostaglandinen zijn er in geleivorm (gel) en in de vorm van een veter. De gynaecoloog bespreekt met u welke methode wordt toegepast.

Wat gebeurt er bij het rijp maken?

Wanneer een ballonkatheter wordt gebruikt voor het rijpen van de baarmoedermond, wordt een dun slangetje ingebracht. Dat gebeurt via de schede met behulp van een spreider (speculum). Deze ballonkatheter wordt voorzichtig gevuld met water. Zo wordt de baarmoedermond geleidelijk door de ballon geopend. Enerzijds zorgt de ballon voor het vrijkomen van natuurlijke stoffen die de rijping van de baarmoedermond versnellen. Anderzijds geeft de ballon druk, waardoor er ontsluiting ontstaat.
Het inbrengen van de gel of veter kan gebeuren door middel van een vaginaal toucher (het voelen met vingers in de vagina). De arts of verloskundige brengt met de vingers de gel via een spuitje of veter met prostaglandine, diep in de vagina in de buurt van de baarmoedermond. Dit is meestal niet pijnlijk, hoewel het inwendig onderzoek onplezierig kan zijn. Deze middelen kunnen ook via een spreider (speculum) ingebracht worden. Het inbrengen van de spreider of de katheter geeft soms een onaangenaam gevoel.


Na afloop

Na afloop kan er wat bloedverlies zijn. U hoeft daar niet van te schrikken. Na het inbrengen controleert men de conditie van het kind met behulp van een CTG. Bij een ballonkatheter wordt na een nacht gekeken of de baarmoedermond rijp genoeg is om de bevalling in te leiden. Zeker bij een erg onrijpe baarmoedermond is het nogal eens nodig de ballonkatheter langer te laten zitten.
Prostaglandinen maken niet alleen de baarmoedermond rijp, maar ze kunnen ook weeën veroorzaken. Vaak ontstaan er na het inbrengen harde buiken. Dit zijn meestal nog geen weeën. Men spreekt pas van weeën als er ontsluiting ontstaat. Soms gaan de harde buiken wel over in weeën en komt de bevalling spontaan op gang.


Het opwekken van de weeën

Het op gang brengen van de weeën gebeurt vaak door middel van het breken van de vliezen en het starten van een infuus. De vliezen worden gebroken via een inwendig onderzoek. Met een vliezenbrerker (lijkt op een haaknaald) wordt het vlies voor het hoofdje van de baby geopend. Men brengt een naaldje in een bloedvat van uw hand of onderarm en sluit daarop een dun slangetje aan. Een pomp dient medicijnen (oxytocine) toe om de weeën op gang te brengen. De dosering gaat stapsgewijs omhoog. Geleidelijk beginnen dan de weeën.

Controle van het kind en de weeën

Men controleert de conditie van uw kind met een CTG. Dit kan uitwendig, via de buik, gebeuren. Ook kan een draadje (schedel-elektrode) op het hoofd van het kind worden geplaatst om de harttonen te registreren. Dit gebeurt via een inwendig onderzoek. Daarnaast registreert men de weeën met een band om de buik.

Hoe gaat de bevalling verder?

Na het starten van de inleiding is het verloop in principe hetzelfde als bij een 'normale' bevalling. De weeën worden langzamerhand heviger en pijnlijker. Over het algemeen heeft u de vrijheid om de weeën op uw eigen manier op te vangen: zittend in een stoel, staand naast het bed, of liggend of zittend in bed. De uitdrijving (het persen) en de geboorte van het kind en de moederkoek gaan niet anders dan bij een 'normale' bevalling.

De geboorte van het kind vindt over het algemeen binnen 24 uur plaats. Naarmate de baarmoedermond rijper is, gaat de ontsluiting vaak sneller. Ook gaat de bevalling van een tweede of volgend kind meestal spoediger dan die van een eerste. Bij een inleiding met prostaglandinen zijn er vaak eerst veel harde pijnlijke buiken zonder dat dit nog echte ontsluitingsweeën zijn.

Na de bevalling

Na de geboorte kijkt de arts of verloskundige uw kind na. Als daar een reden voor is, doet de kinderarts dit. In principe kunt u 2 uur na de bevalling naar huis. Soms maakt uw eigen gezondheid het nodig om langer te blijven, bijvoorbeeld bij een hoge bloeddruk, suikerziekte of ruim bloedverlies waarbij een bloedtransfusie noodzakelijk is.

Soms is het nodig dat uw kind langer geobserveerd wordt, bijvoorbeeld bij langdurig gebroken vliezen of als het kindje voor de geboorte in het vruchtwater heeft gepoept. Als het geboortegewicht erg hoog of erg laag is, vindt er een glucosecontrole bij uw kindje plaats. U en uw kindje blijven dan langer in het ziekenhuis.
 
 
 



Deel deze pagina: