KenniscentrumBorstvoedingBorstvoeding in het ziekenhuis › Borstvoeding op kraamafdeling › Borstvoeding op de kraamafdeling

Borstvoeding op de kraamafdeling

Als de moeder en de baby op de kraamafdeling zijn, mag er borstvoeding gegeven worden, zodra de baby daar om vraagt. De baby laat meestal zelf merken dat hij wil drinken, door lik- of hapbewegingen met de mond of door zuigen op de handjes. Op deze momenten gaat een baby heel gemakkelijk aan de borst. Als hij nog diep in slaap is, of erg huilt, gaat het vaak moeilijker.

Als de baby zich na drie uur nog niet zelf heeft ‘gemeld', wordt geprobeerd de baby wakker te maken. Het is belangrijk dat de baby met regelmaat kleine beetjes colostrum (eerste moedermelk) drinkt zodat hij niet teveel gewicht verliest en hij de productie van de moedermelk goed stimuleert. Lukt het echt niet, dan wordt de voeding nog even uitgesteld en later nog eens geprobeerd.
Baby's hebben soms op de eerste dag last van misselijkheid door binnengekregen vruchtwater of door moeheid na de bevalling. We zien dan dat de eerste voeding na de bevalling goed verloopt, maar dat de baby daarna erg slaperig of spugerig is. Dit komt veel voor en is geen reden voor onrust. Het is wel verstandig met regelmaat te blijven proberen of de baby wat wil drinken aan de borst.
Op de kraamafdeling kan hulp worden gegeven om de baby aan de borst aan te leggen. Dit vergt soms enige vaardigheid. De lactatiekundige kan tips geven om op een gemakkelijke manier borstvoeding te gaan geven.



Deel deze pagina: